De investeringsreserve
 
Met ingang van het aanslagjaar 2004 kunnen vennootschappen een deel van hun winst vrijstellen van vennootschapsbelasting mits reservering en herinvestering. Elke wijziging aan de afsluitingsdatum van het boekjaar vanaf 25 maart 2002 blijft zonder uitwerking voor het verkrijgen van het voordeel van de investeringsreserve. Deze belastingvrijstelling is definitief als aan alle voorwaarden voldaan is.
De basis voor de berekening van het bedrag van de investeringsreserve is het gereserveerde belastbare resultaat vóór aanleg van de investeringsreserve zelf. Het belastbaar resultaat omvat de boekhoudkundige reserves en ook de niet geboekte reserves die in de vennootschapsbelasting worden belast als onderschatting van activa of overschatting van passiva. Als in het basisbedrag vrijgestelde meerwaarden op aandelen zitten, dan moeten die van het basisbedrag afgetrokken worden. Ook de 25% van de meerwaarde op personenwagens, minibussen en auto's voor dubbel gebruik die wordt vrijgesteld van belasting, moet uit het basisbedrag worden verwijderd.
Het basisbedrag moet ook worden verminderd met:
  • de eventuele verlaging van het gestorte kapitaal sinds het vorig belastbaar tijdperk waarin het laatst het voordeel van de investeringsreserve werd bekomen (deze bepaling geldt niet voor het belastbaar tijdperk waarin de maatregel voor het eerst wordt genoten);
  • de vermeerderingen van de vorderingen van de vennootschap op aandeelhouders natuurlijke personen en bedrijfsleiders natuurlijke personen (idem voor vorderingen op hun echtgenoten of op hun kinderen).
Het basisbedrag moet beperkt worden tot 37.500 EUR en kan door de Koning bij KB verhoogd worden. De combinatie met de 50%-grens heeft tot gevolg dat dus maximaal een investeringsreserve kan bekomen worden van 18.750 EUR per belastbaar tijdperk.
De vrijgestelde investeringsreserve bedraagt 50% van het basisbedrag en kan alleen bekomen worden door KMO-vennootschappen. Zij worden in dit kader gedefinieerd als vennootschappen die in het aanslagjaar dat verbonden is met het belastbaar tijdperk waarin, bij het verstrijken ervan, de investeringsreserve is aangelegd, voldoen aan de voorwaarden om te genieten van het verlaagd tarief. Dit betekent dat cumulatief de volgende voorwaarden moeten vervuld zijn:
  • een belastbare winst lager dan 323.750 EUR;
  • geen financiële vennootschap zijn;
  • geen vennootschap zijn die voor meer dan de helft in het bezit is van andere vennootschappen;
  • geen dividenduitkering doen die hoger is dan 13% van het gestort kapitaal bij het begin, van het belastbare tijdperk;
  • er wordt een minimumbezoldiging gegeven van 24.500 EUR aan ten minste één van de bedrijfsleiders of een bezoldiging die minstens even groot is als het belastbare inkomen;
  • de onderneming is geen vennootschap die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een coördinatiecentrum behoort.

Om van de gedeeltelijke belastingvrijstelling te kunnen genieten moeten daarenboven cumulatief de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de ontstane investeringsreserve moet blijvend voldoen aan de zogenaamde onaantastbaarheidsvoorwaarde dit wil zeggen dat de investeringsreserve op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief moet geboekt zijn en blijven en niet tot grondslag mag dienen voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enigerlei beloning of toekenning;
  • een bedrag gelijk aan de investeringsreserve moet effectief geherinvesteerd worden in afschrijfbare materiële of immateriële vaste activa die in aanmerking komen voor de toepassing van de investeringsaftrek. het moet bijgevolg gaan om vaste activa die in nieuwe staat zijn verkregen of tot stand gebracht. Komen dus niet in aanmerking:
  • vaste activa die niet uitsluitend voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt;
  • vaste activa waarvan het recht van gebruik aan derden is afgestaan;
  • vaste activa die niet afschrijfbaar zijn en vaste activa waarvan de afschrijving over minder dan drie belastbare tijdperken is gespreid;
  • personenauto's en auto's voor dubbel gebruik;
  • bij de aankoopprijs komende kosten en onrechtstreekse productiekosten wanneer die kosten niet worden afgeschreven samen met de vaste activa waarop zij betrekking hebben;
  • de investeringsreserve wordt slechts vrijgesteld indien en in zoverre de belaste reserves vóór aanleg van de investeringsreserve, op het einde van het belastbaar tijdperk hoger zijn dan de belaste reserves na aftrek van de investeringsreserve op het einde van het vorig belastbaar tijdperk waarin het laatst het voordeel van het aanleggen van een investeringsreserve werd genoten;
  • de herinvestering moet gebeuren binnen een periode van drie jaar die begint te lopen vanaf de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin de investeringsreserve is aangelegd en ten laatste bij de ontbinding van de vennootschap;
  • bij de aangifte zal de vennootschap een formulier moeten voegen voor het aanslagjaar van aanleg van de reserve en voor de erop volgende aanslagjaren en dit tot wanneer de investering moet zijn verricht.
Het verlies van de verminderde tarieven heeft automatisch het verlies tot gevolg van een mogelijk te treffen investeringsreserve in het betrokken aanslagjaar.
Als niet tijdig is voldaan aan de investeringsvoorwaarde, dan wordt de investeringsreserve aangemerkt als winst van het belastbare tijdperk waarin de investeringstermijn van drie jaar is verstreken. Er zal ook een nalatigheidsintrest van 7% per jaar verschuldigd zijn op het gedeelte van de vennootschapsbelasting dat proportioneel verband houdt met de belastbaar geworden investeringsreserve omwille van de niet-investering. Ook bij vervreemding van de investering binnen de drie jaar na belegging in de vennootschap wordt de voorheen vrijgestelde reserve als winst van het belastbare tijdperk aangemerkt, en dit in verhouding tot de nog niet aangenomen afschrijvingen op de investering. Er moet evenwel geen enkele terugname worden verricht indien die terugname kadert in een gedwongen verwezenlijking, namelijk als zij geschiedt naar aanleiding van een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom of een andere gelijkaardige gebeurtenis.
Het stelsel van de investeringsreserve in geval van belastingvrije fusie of splitsing of van een belastingvrije inbreng, wordt vastgesteld in het KB van 6 februari 200394. De investeringstermijn wordt niet verlengd naar aanleiding van de voormelde belastingvrije verrichtingen en ingeval de belastingreserve belastbaar wordt (omdat niet aan een voorwaarde is voldaan), vindt de belasting steeds plaats in naam van de inbrengende vennootschap (omdat de investeringsreserve slechts in het vermogen van de inbengende vennootschap wordt teruggevonden). Wordt de investeringsreserve belastbaar na een belastingvrije fusie of splitsing dan vindt de belasting plaats in naam van de verkrijgende vennootschap (omdat dit de vennootschap is waar de investering, ter uitvoering van de investeringsverplichting voorkwam). Indien de investeringsverplichting nog niet is nagekomen op het ogenblik van de belastingvrije inbreng, mag deze zowel door de inbrengende als door de inbrenggenietende vennootschap nagekomen worden. Bij een belastingneutrale fusie of splitsing moet de investeringsverplichting worden nagekomen door de overnemende of verkrijgende vennootschap.
Op de investeringen die gefinancierd werden met de reserve kan eveneens de investeringsaftrek worden toegepast
Bron : Ministerie economische Zaken - Vennootschapsbelasting